Witslag

Het Wit in de Witte Architectuur van het Roger Raveelmuseum

Volgens het woordenboek van Van Dale is een witslag een donkere duif met witte slagpennen. Voor de organisatoren symboliseerde het woord witslag de opvlucht van het wit in een penseelveeg tegen het wit van het vlak of het wit van de ruimte, het is een slag van het wit  in het wit. 

Uitgangspunt in de tentoonstelling was de rol van het wit in het oeuvre van Roger Raveel. Denken we maar aan het witte vierkant dat op een gevarieerde manier telkens weer opduikt in zijn werk. Als jonge schilder had hij vanuit het raam van zijn zolderatelier de kracht van het wit ontdekt in de vorm van het laken dat tussen palen aan een waslijn te drogen hing. In zijn ogen werkte het als een leegte tegen het concrete van het gras, de aarde, de lucht, als een gat in het landschap, als een ruimtescheppend gegeven. Later dreef hij de aanwezigheid ervan op en schiep het heel paradoxaal een afwezigheid, een abstractie. Het doorbrak of benadrukte de vlakheid van het schilderij. Vaak ook dialogeerde het als geestelijk element met de beschouwer. Niet zelden liet hij het botsend rijmen op andere uit de waarneming gegroeide paalvormige witte leegtes.

Het wit is in de kunst van Raveel alomtegenwoordig. Als volbloed colorist kent hij het de waarde toe van alle licht en kleur samen. Hij vermijdt echter elk eenzijdig gebruik ervan. Het monochrome wit is niet aan hem besteed zoals ook het wit bij hem geen sneeuw verbeeldt. 

"Witslag" wilde echter niet enkel het wit bij Raveel laten zien, maar beoogde vooral een verrijkende vergelijking met de diverse manieren waarop het in het werk  van enkele voorgangers en van een groot aantal generatie- en tijdgenoten figureert. Er was het wit van de sneeuw op de doeken van Albert Baertsoen, Georges Buysse, Emile Claus; er was het pasteuze bijna vergrijsde wit van Jean Brusselmans, er hing het witte zelfportret van Hubert Malfait bij wie Raveel destijds in witte tonen leerde schilderen.

Daarnaast was er het dichtende wit bij Jan Cox en Yvan Theys , het bezonken krijtige wit van Raoul De Keyser, het absolute wit bij Ad Dekkers, het fundamentele wit bij Robert Ryman, Joseph Marioni en Peter Tollens, het neutrale wit van Jan Schoonhoven, het lichtgevende wit van Walter Leblanc en François Morellet, het metafysische en beschouwelijke wit van Dan Van Severen en Etienne Van Doorslaer, het concrete wit bij Amédée Cortier en Noël Drieghe, het vervagende wit bij Luc Tuymans, het tonale wit van Marcase en Guy Leclercq, het gelaagde wit van Johan Boutelegier, het in de actie van het schilderen opgeslorpte wit van Englebert van Anderlecht, het suggestieve wit bij Tom Jooris... De tentoonstelling herbergde tevens werk van Martin Assig, Meret Oppenheim en Thomas Raijlich terwijl sculpturen van Sol LeWitt en Raphaël Buedts het ensemble vervolledigden.

DSC00001
Klik om te vergroten
Tentoonstellingsbeeld 'Witslag'

DSC00003
Klik om te vergroten
Tentoonstellingsbeeld 'Witslag'