'Boekbeeld' en 'Raveel recent'

BOEKBEELD

Er is in de geschiedenis van de moderne kunst altijd een nauwe band geweest tussen dichters en schilders. Dit openbaarde zich in vaak prachtige bibliofiele uitgaven waarin gedicht en litho, ets of houtsnede dialogeerden. De Fransen hebben op dit gebied een grote traditie, maar ook België en Nederland bleven niet achterwege. Bekend is het samengaan van Karel van de Woestijne en Jozef Cantré, van Paul van Ostaijen en Oscar Jespers. In de bloeitijd van Cobra ontstonden boeken waarbij dichters als Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Hans Andreus en schilders als Karel Appel, Lucebert, Jorn, Alechinsky en Corneille betrokken waren. Het is opmerkelijk dat veel kunstenaarsboeken een internationaal karakter hebben. Op de tentoonstelling "Boekbeeld" kon men zien hoe Blaise Cendrars en Fernand Léger, Tristan Tzara en Henri Matisse, Dotremont en Juan Miro, André Du Bouchet en Antoni Tapiès, Francis Ponge en Reinier Lucassen hun inspiratie bij elkaar vonden. Vanzelfsprekend ontbrak de samenwerking tussen Hugo Claus en Roger Raveel niet op het appèl, maar daarnaast kon de fijnproever het verband aftasten tussen het werk van Motherwell en Octavio Paz, E.L.T. Mesens en René Magritte, Yves Bonnefoy en Pierre Alechinsky, Dan van Severen en Leonard Nolens, Karel Dierickx en Stefan Hertmans. Ook namen als Marcel Broodthaers, Guillaume Appolinaire, Marcel Duchamp, Raoul De Keyser, Man Ray, Thierry de Cordier, Noël Drieghe, Roland Topor, Ignace De Vos of Henri Michaux kon men op deze expositie terugvinden.

RAVEEL RECENT

De toen bijna 82 - jarige Roger Raveel had in de afgelopen jaren niet stil gezeten. Nog elke dag was hij als kunstenaar in de weer. Het resultaat was een aantal schilderijen die van zijn onverminderde scheppingsdrang getuigen. Zo opende op 12 april 2003 in de Amsterdamse galerie Espace een tentoonstelling met nieuw werk van hem. In het Raveelmuseum waren vanaf 11 maart een reeks recente doeken te zien zijn. Het zijn werken die een evolutie tonen naar een nog grotere onthechting. Kleuropbreng, penseelvoering en voorstelling getuigen van een ascese die de ontluistering niet schuwt. Meer dan ooit stelt Raveel ons voor de schrijnende leegte van het bestaan. Op een groot schilderij confronteert hij de kijker met de Adam en Eva van Van Eyck. Ze krijgen bij Raveel een prangende aanwezigheid in de rauwe verfhuid van hun naaktheid. In weer andere werken laat hij door de magere schilderwijze het licht a.h.w. uit het doek zelf komen. Hij bereikt hier een schamelte die tot in de diepte van onze nietigheid peilt.