Einzelgänger

Het Roger Raveelmuseum is een monografisch museum. Het heeft als opdracht het werk van Raveel in al zijn facetten en in zijn boeiende ontwikkeling te tonen. Daartoe beschikt het over een rijke verzameling: ongeveer 300 schilderijen, 2500 tekeningen, een reeks objecten en een uitgebreide collectie grafiek. Tevens wordt de verzameling aangevuld met doeken uit privé-bezit die voor de betekenis van zijn oeuvre belangrijk zijn.

De permanente collectie is steeds te bezichtigen, maar daarnaast worden er ook tijdelijke exposities georganiseerd die een nieuw licht proberen te werpen op Raveels kunst, die de bronnen ervan laten zien en die ongekende aspecten ervan openbaren.Ook Raveels relaties met het werk van zijn tijdgenoten en zijn positie binnen het eigentijdse kunstgebeuren worden in dergelijke tentoonstellingen afgetast. Zo werden in het recente verleden exposities gewijd aan zijn tekeningen en keramieken (De taal der dingen), aan zijn beginperiode als lid van een Gentse kunstenaarsbeweging (La Relève), aan zijn samenwerking met Hugo Claus, aan de schilderkunst van drie artiesten die tot de generatie onmiddellijk na hem behoren (Schildersgronden).

In die tentoonstellingen werd telkens op een dialoog met het werk van andere kunstenaars gemikt.

Van 3 maart tot 2 juni 2002 liep er een nieuwe tentoonstelling in die reeks.
Onder de titel 'Einzelgänger' zullen cruciale werken van Raveel geconfronteerd worden met hoogtepunten uit het oeuvre van Eugène Leroy, Philippe Morel de Boucle St. Denis, Amédée Cortier, Dan Van Severen en Maurice Wyckaert.Het gaat hier om zes kunstenaars die als tijdgenoten heel afzonderlijk en heel onverzettelijk hun eigen weg zijn vervolgd in de snelle opeenvolging van modieuze tijdgebonden richtingen. Wat niet betekent dat ze onverschillig bleven voor wat er in het kunstwereldje broeide.Hun schilderijen raken soms aan bepaalde tendensen, maar dan maar heel even, ze raken er nooit in ondergedompeld. Dit heeft tot gevolg dat ze moeilijk te catalogiseren zijn. Ze hebben alle zes in de woelige jaren 60, toen vanuit verschillende hoeken geschreeuwd werd dat er niet meer kon worden geschilderd, werken geschapen die vandaag de dag van een tijdloze en voor vele jongeren van een inspirerende kracht getuigen. Hun schilderijen scheppen een nieuw geloof in de picturale taal. Het is merkwaardig hoe ze los van elkaar in de zestiger jaren een belangrijk moment in hun evolutie beleefden. Dit moment wilde de tentoonstelling 'Einzelgänger' laten zien.Bij Raveel stellen we vast dat hij omstreeks 1960 zijn ongemeen onthutsende en ongenadige kijk op de werkelijkheid en op de ruimtelijke werking van het schilderij uit zijn beginperiode combineerde met de aan de natuurbeleving ontleende lichtwerking in de kleur van de abstract lijkende doeken die hij vanaf 1956 maakte.Hier legde hij heel expliciet de basis van zijn 'Nieuwe Visie'.De felle kolorist Maurice Wyckaert liet de ervaring van het landschap samenvallen met de ervaring van het schilderen en kwam tot een turbulente penseelvoering die het ritme van de natuur en van het bestaan zo fysiek mogelijk en met de verwondering van de eerste morgen probeerde te vatten.
De Noord-Franse schilder Eugène Leroy, die zich altijd op het noorden heeft georiënteerd, worstelde letterlijk en figuurlijk met een opdoemende en verdwijnende figuratie en betrok in het gewicht van zijn verfklonters het proces van het schilderen.Op die manier maakte hij de weg vrij voor zijn latere zwaar in de verf ademende abstracte doeken.
Philippe Morel de Boucle St. Denis die in 1965 overleed, vond zichzelf in de bijna monochrome en verfijnd monotome doeken die hij in de laatste jaren van zijn leven schiep. Zijn schilderijen groeiden uit tot tonalistische verdichtingen in het genuanceerde aardedonker van zijn palet.Amédée Cortier en Dan Van Severen ontwikkelden zich tot fundamentele en contemplatieve schilders. Ze lijken uit het constructivisme te komen, maar hebben evenzeer wortels in het Vlaams expressionisme, al is dit nergens rechtstreeks merkbaar.Cortier ontdekte de kracht van het kleurveld. Het was alsof hij een aanloop nam naar een murale schilderkunst.
Kleur en vlak, vlak en muur, de inwendige onuitgesproken expressiviteit van de egale kleurlaag bepaalden zijn latere evolutie.Dan Van Severen schilderde zich steeds verder weg van de materie. Het betekende voor hem het begin van een pijnigend peilen naar de diepte van lijn en vlak, naar een vergeestelijkt beleven van drager en teken.In zijn hang naar het absolute werd hij langzaam tegen het einde van de jaren 60 de schilder van het immateriële. 

 'Einzelgänger' wilde een weloverwogen keuze tonen van schilderijen die de echte liefhebber van schilderkunst in beroering kunnen brengen. Het was dan ook een tentoonstelling over schilderwijzen, over de taal van het schilderen, over de inhoud van factuur en textuur, over het levenskrachtig of beschouwelijk vocabularium van 5 Vlaamse en een Noord-Franse kunstenaar die tot dezelfde generatie behoren. 

Roland Jooris

Amédée Cortier
Klik om te vergroten
(Amédée Cortier)
Dan Van Severen
(Dan Van Severen)
Maurice Wyckaert
Klik om te vergroten
(Maurice Wyckaert)