Schildersgronden

De grond van de schilder is het doek, het paneel, het blad, soms ook de wand. Op dit vlak of die grond moet hij zijn wereld scheppen – Met kwast, penseel, spatel of vingers moet hij verf opbrengen, moet hij kleur en lijn tot leven brengen, moet hij het oppervlak een huid en een ziel geven.

Hij moet proberen het licht uit de gelaagde of geschraapte kleur te doen spreken, hij moet het laten dialogeren met de klonterige, krijtachtige, magere of pasteuze factuur. Hij moet de stugge materie een bestaansgrond geven.

De grond van de schilder is ook zijn beweegreden, zijn motief, zijn grondslag.

Hij schildert omdat de schilderkunst hem dwingt. Er is zijn thema, zijn uitgangspunt maar er is ook het schilderen zelf dat hem tijdens het wordingsproces op onbekende paden brengt.

Er gaat een vaak onvoorziene en onverwachte inspirerende kracht vanuit.

Schilderijen hebben een heel eigen sensuele ongrijpbaarheid, een soms bijna lichamelijke aanwezigheid die wisselt volgens lichtval en invalshoek.

Boeiende schilderijen dialogeren met de sfeer waarin ze zich bevinden.

Ze moeten telkens opnieuw bekeken worden – Ze laten hun mysterie, hoe helder het ook soms voor ons staat, nooit helemaal los.

De gronden van het schilderij: volgens van Dale zijn dat de verschillende, telkens schijnbaar verder weg gelegen onderdelen van het grondvlak van een schilderij die gezamenlijk het wijken van het verschiet teweegbrengen. Zo spreekt men van een landschapje met vijf diepten of gronden.

Dit kan ons doen denken aan de illusoire dieptewerking van het perspectief.

Ik zou het eerder willen interpreteren als de erkenning van de wezenlijke vlakheid van het schilderij – Een diepte scheppen in de verfopbreng, in het kleurveld, het gronden van de grond van de schildering, het peilen van het oog in de schilderwijze.

Kunstenaars als Karel Dierickx, Etienne Elias en Yvan Theys zijn altijd aan het medium schilderen trouw gebleven. Ze lijken wel met het schilderen vergroeid. Het schilderij is hun grond. Tijdens de hoogtijdagen van de conceptuele kunst bleven ze in het maquis van hun atelier verder werken, video’s en installaties waren niet aan hen besteed en het succes van de fundamentele schilderkunst in de jaren 70 en van de Nieuwe Wilden in de jaren 80 ging aan hen voorbij. Als volbloed individualisten gingen ze alle drie, totaal los van elkaar, een eigen weg. Ze hebben in hun relatieve afzondering een zeer persoonlijk en verschillend klimaat geschapen dat zich na al die jaren bevestigt in de evolutie van de hedendaagse Vlaamse kunst en dat getuigt van een levenskrachtig onmodieus gebruik van hun medium.

Roger Raveel
(Roger Raveel, Een zwarte vlucht en veel wit i een landschap, 1980-2001)

Yvan Theys is een uitgesproken dramatisch schilder. Hij wil zijn picturale  schriftuur een zo geladen mogelijke inhoud geven. Personages (de vrouw, de man) staan in hun strakke gedaante in uiterste spanning tegenover elkaar en meestal ook tegenover het decor waarin ze geplaatst zijn. Dit decor zit vol picturale beweging. Snelle, bliksemende of kolkende kwaststreken creëren een beklemmende uit diverse schilderwijzen samengestelde ruimte, terwijl een bruuske, hoekige belijning figuren, ogen of handen begrenzen. De schilderwijze is afwisselend compact of opengewerkt, rauw of eruptief. In haar diepste momenten roept ze een magie wakker die ons aan primitieve uitdrukkingsvormen doet denken. In veel schilderijen van Yvan Theys schuilt een uitgerekte ovaal dat als een oog (of een vulva?) gespannen van tussen de kleurlagen ons aankijkt. Het laat ons niet los. Het houdt onze blik in het schilderij gevangen.

Yvan Theyspdd
(Yvan Theys)

Etienne Elias is een geboren kolorist. Hij gebruikt de kleur in al haar felheid en directheid met een ontwapenende durf die van een pure picturale intuïtie maar ook van inzicht getuigt. Elias  heeft nooit zijn bewondering voor een schilder als Raveel onder stoelen of banken gestoken. Hij maakte destijds deel uit van de schilders van de Nieuwe Visie en was betrokken bij Raveels schilderingen in de keldergangen van het kasteel te Beervelde. In de voorbije jaren is zijn factuur vrijer, ongedwongener, verzadigder en soms in haar rijke, plastische verbeelding abstracter geworden. Het is alsof hij zich door het schilderen laat bedwelmen zonder de controle over het geheel te verliezen. Zijn bizarre, fantasierijke beeldende taal zit in wezen in een stevige compositie gevangen.

Zulma  en Roger Raveel 2001 (Elias)
Klik om te vergroten
(Etienne Elias, Zulma en Roger Raveel)

In tegenstelling met Theys en Elias is Karel Dierickx veeleer een tonalist. Zijn schilderijen zijn doorwrochte herinneringen aan stemmingen, ogenblikken, belevenissen en indrukken zonder enige anekdotische verwijzing. Ze hebben een grote sensuele tactiliteit. Elke toets, elke veeg, elke kwaststreek lijkt langzaam en met een pijnigende angstvalligheid geproefd. Het onderwerp verdwaalt in het schilderen. Op die manier krijgt zijn verfhuid een grote innerlijkheid – Het onuitgesprokene is op zijn doeken overal aanwezig. Het doemt op in de vorm van een hoofd of in een dreigend wit dat uit een takkige donkerte breekt. Klaarte schuilt onheilspellend in de zwoele altijd ergens aanwezige paarsen. Karel Dierickx is de schilder van het licht dat zich verscholen houdt. Karel Dierickx, Etienne Elias en Yvan Theys zijn drie cavaliers seuls in de Vlaamse schilderkunst. Ze zijn in het Raveelmuseum met hun werk op bezoek bij de door hen bewonderde weerbarstige cavalier seul bij uitstek: Roger Raveel.

Karel Dierickxpdd
(Karel Dierickx)