'Een Tweespraak' en 'La Relève'

Van 10 juni tot 6 oktober 2001 vinden in het Roger Raveelmuseum twee nieuwe tentoonstellingen plaats.

De eerste tentoonstelling is gewijd aan de samenwerking tussen Hugo Claus en Roger Raveel.    Ze krijgt als titel “Hugo Claus en Roger Raveel : een tweespraak”.

Documenten, bibliofiele uitgaven, foto’s, tekeningen, grafiek, schilderijen en gedichten zullen hun eigengereide verwantschap belichten.

Als inleiding bij het bibliofiel uitgegeven verhaal “Een andere keer” van Hugo Claus met houtsneden van Roger Raveel schrijft Freddy Devree : “Reeds als twintigjarige, in 1949, schrijft Hugo Claus, in het blad ‘Soldatenpost’ over Roger Raveel.  Raveel heeft dan al beslist dat zijn oeuvre moet groeien uit de waarneming en weergave van het ogenschijnlijk dagelijkse, banale, landelijke rondom hem…

Claus is in die periode zelf de maker van tekeningen waarin de wereld voortdurend in transformatie is, abstractie en figuratie vloeien door elkaar of wisselen elkaar af.  Het is de losse, lyrische tegenhanger van de werkwijze van Roger Raveel…

De eerste tekst van Hugo Claus met vermelding van Roger Raveel is een “In memoriam “wanneer diens moeder in oktober 1946 overlijdt.  Het gedicht verschijnt in de eerste bundel van Claus, “Kleine reeks”.  Andere specifieke teksten zijn een artikel uit 1949, een bijdrage voor de krant Vooruit (1957), een gedichtencyclus uit 1965 die later de titel “Thuis” meekrijgt, en enkele losse gedichten uit 1981.  Roger Raveel maakt portretten van de auteur en diens zoon Thomas.  Ook Claus tekent portretten van Raveel.  Maar de belangrijkste projecten die beide kunstenaars verenigen zijn “Genesis” uit 1968 en de bibliofiele editie getiteld “Een andere keer”.

De tweede expositie die op 10 juni 2001 in het Raveelmuseum geopend wordt geeft een terugblik op “La Relève”.

“ La Relève” was op het einde van de jaren 40 de naam van een groep jonge kunstenaars die elkaar op de Koninklijke Academie te Gent hadden ontmoet.

Ze waren er leerling van Jos Verdegem en Hubert  Malfait.

Zonder programma maar met open ogen voor elkanders werk exposeerden  ze samen en zochten ze een weg los van de Jeune Peinture Belge en van Cobra.

De tentoonstelling zal werk herbergen van Jan Burssens, Camiel D’Havé, Frans Piens, Roger Raveel, Jan Saverijs, Victor Van der Eecken, Pierre Vlerick en Marcel Ysewijn.

De klemtoon ligt op werk uit de periode 1945-1955. Tevens zal aandacht besteed worden aan de eventuele invloed van hun twee professoren Jos Verdegem en Hubert Malfait.

Deze tentoonstelling ligt tot op zeker hoogte in het verlengde van “Een zeldzame weelde” die gewijd is aan de kunst in de Leiestreek in het begin van de vorige eeuw.

Ze wil tonen hoe jonge kunstenaars met de gruwel van WO II achter de rug, opnieuw aansluiting zochten met de moderne kunst.