Collectiepresentatie Roger Raveel

.

.

Om de twee jaar put het Roger Raveelmuseum uit zijn rijke reserves om minder bekend werk van Roger Raveel onder de aandacht te brengen. Dikwijls gaat het om werken op papier die om conservatorische redenen niet permanent mogen tentoongesteld worden.

Deze keer worden hoofdzakelijk tekeningen uit de jaren 50 tentoongesteld. De ensembles tekeningen worden hier en daar aangevuld met een bijpassend schilderij, of in een enkel geval met een sculptuur. De werken werden vooral thematisch gegroepeerd.

.

De tekeningen van Raveel zijn nog altijd onvoldoende gekend bij het publiek. Nochtans zijn het autonome kunstwerken die volwaardig deel uitmaken van Raveels universum. Vaak zien we in de tekeningen een Raveel die rustelozer en experimenteler is dan in de schilderijen. Al tekenend en daarbij gebruik makend van diverse materialen tast Raveel zijn omgeving af en zoekt hij op een zeer gevarieerde manier naar oplossingen voor de plastische problemen die zich stellen. Hij maakt gebruik van verschillende soorten schrifturen, soms heel lineair, andere tekeningen zijn dan weer heel picturaal.

De tekeningen bezitten een grote spontaniteit en levendigheid : doordat het een ‘snel’ medium is zie je de kunstenaar als het ware al doende denken.

Raveel over zijn tekeningen : “ Voor mij heeft tekenen verschillende functies. Soms teken ik ter voorbereiding van schilderijen, soms ontstaat een tekening pas achteraf naar aanleiding van een bepaald schilderij. Maar al heel vroeg was de tekening voor mij ook een volstrekt volwaardig en autonoom medium. Van groot belang trouwens voor de kentering in mijn werk. Ik had eigenlijk al vanaf mijn studietijd opgemerkt dat ik vanuit een andere interessesfeer keek dan de medestudenten en leraren om me heen, en zo rond 1948 heb ik daar echt werk van gemaakt. Ik besloot weer helemaal opnieuw te beginnen, om een zekere virtuositeit te onderdrukken. Ik kon technisch snel en vaardig tekenen en schilderen, maar dat was te gemakkelijk geworden. Die virtuositeit werkte op den duur belemmerend, die moest worden afgelegd. Ik herinner me nog goed dat ik toen bewust zei; kijk, nu weet je niets meer, nu ken je niets meer, nu begin je helemaal opnieuw. Ik wilde mijn belangstelling aftasten. Op dat moment kreeg de tekening een nieuwe, belangrijke functie; ik wilde opnieuw beginnen met de meest eenvoudige middelen; potlood en papier. Als je opnieuw begint, als je als het ware weer voor het eerst naar de dingen om je heen wilt kijken, kan dat materiaal daartoe helpen. Eenvoudig materiaal kan weerbarstig zijn, rudimentair, en je bewustzijn en waarneming verscherpen. Ik heb voor mezelf toen die nieuwe visie ontwikkeld, en sindsdien hanteer ik de diverse media door elkaar heen. Ze staan steeds ten dienste van die éne artistieke houding. Die nieuwe manier van optisch ervaren, waar ik wezenlijk bij betrokken was… dat was de motor, de eigenlijke drijfveer voor het creëren.”